Antwoorden ontdekkingstocht Serenga

Eén voor allen, allen voor één - niveau 5

1. a.   Kwetterende geluidjes.
2.   Zodat ze elkaar kunnen waarschuwen als er gevaar dreigt. Zo helpen ze elkaar.
3. c.  Om de beurten een groepslid, behalve de moeder.
4. c.  Van de grond en uit de lucht.
5.   Waar
6.  

Groep - Honderden dieren die iedere avond weer samenkomen.
Clan - Twee broers die met hun eigen familie naast elkaar leven en samenwerken.
Harem - Een mannetje met maximaal negen vrouwtjes en hun jongen.

7.   Ten opzichte van de andere dieren in de groep zijn mannetjesbavianen groter, ze hebben een langere vacht, hebben een zilvergrijze vacht in plaats van bruin grijs, een piemel en lange manen.
8. a. Grommen en dreigen met aanvallen.
9.   Bavianen vlooien elkaar om contact te maken met elkaar en ruzies of onenigheid op te lossen.
10.      Samen kletsen, praten, lachen.
11. b.  Ik ben bronstig.
12.   Observatievraag - alle antwoorden op deze vraag zijn goed.
13.   Planteneters: zebra, blauwe gnoe, waterbok
Roofdieren: leeuw, luipaard, hyena
14.   - In een grote groep zijn planteneters lastiger te pakken voor roofdieren dan één dier alleen.
- Met z’n allen kunnen ze een roofdier afleiden.
- De kudde biedt bescherming aan de jonge dieren.
- Bij gevaar is er meer kans op overleven, doordat een roofdier maar één van hen tegelijk kan pakken.
15. b.  Gaan dicht bij elkaar staan, zodat een roofdier door de strepenbrij geen individuele dieren meer kan onderscheiden.
16. b. Kan een roofdier een hele harde trap geven met zijn poten.
17. a.  Vlucht het water in en duikt onder.
18. a.  Omdat ze de regen volgen, op zoek naar vers gras.
19.   Niet waar - a. De oudste gnoe offert zich op om te verkennen of het veilig genoeg is. Met het risico dat hij het niet overleeft.
Waar - b. ze gaan met z’n allen tegelijk. Als er één gnoe gegrepen wordt door een krokodil, kan de rest in ieder geval veilig oversteken.