Neushoornpopulatie groeit in Zuid-Afrika

item photo

De populaties van zwarte en witte neushoorns in het uMkhuze Wildreservaat in Zuid-Afrika zijn het afgelopen jaar toegenomen. Dat blijkt uit de nieuwste tellingen van de beheerders van het natuurgebied. Het aantal zwarte neushoorns groeide met 12 procent en het aantal witte neushoorns met 15 procent. Voor WILDLANDS Adventure Zoo Emmen is deze ontwikkeling een mooi resultaat van de langdurige inzet voor neushoorns in het uMkhuze Wildreservaat. Via Stichting Wildlands Natuur- en Educatiefonds (WNEF) ondersteunt het park al jarenlang Save the Rhino International, dat samen met lokale partners werkt aan de bescherming van neushoorns in Afrika en Azië.

Strijd tegen stroperij
De grootste bedreiging voor neushoorns is stroperij. Hun hoorns worden op de illegale markt nog steeds voor hoge bedragen verhandeld, terwijl deze uitsluitend uit keratine bestaan (hetzelfde materiaal als menselijke nagels en haar) en geen bewezen geneeskrachtige werking hebben. Om neushoorns beter te beschermen, werkt Save the Rhino International samen met lokale partners aan onder meer:
•    goed opgeleide en uitgeruste rangers die natuurgebieden bewaken; 
•    moderne technologie, zoals camera’s en drones, om stropers op te sporen; 
•    samenwerking met lokale gemeenschappen, zodat ook zij profiteren van natuurbescherming; 
•    monitoring van neushoornpopulaties en wetenschappelijk onderzoek. 

In het uMkhuze Wildreservaat zijn sinds het begin van de samenwerking alle pogingen tot stroperij voorkomen. “Dit is precies waarom langdurige inzet voor natuurbescherming zo belangrijk is,” zegt Jan Minze Zomer, voorzitter van het WNEF. “Het is goed te zien dat de inspanningen van de rangers, onderzoekers en lokale gemeenschappen zich vertalen in groei van de populatie. Voor een soort die nog altijd onder druk staat door stroperij en verlies van leefgebied, laat dit zien dat bescherming op de lange termijn verschil kan maken.”

Rangers van het uMkhuze Wildreservaat in actie (fotocredits Save The Rhino International):