Introductie
In de dichte boomkruinen van de jungle leeft de rode titi (Plecturocebus cupreus). Wanneer je er één ziet, is de rest van de familie niet ver weg. Deze kleine apen besteden namelijk veel tijd aan het versterken van hun onderlinge banden.
In de dichte boomkruinen van de jungle leeft de rode titi (Plecturocebus cupreus). Wanneer je er één ziet, is de rest van de familie niet ver weg. Deze kleine apen besteden namelijk veel tijd aan het versterken van hun onderlinge banden.
Kenmerken
Leefwijze
Status
UiterlijkZoals hun naam al aangeeft, hebben rode titi’s een roodbruine vacht die hun hele lichaam bedekt – behalve hun gezicht. Een opvallend kenmerk is hun lange staart, die tussen de 39 en 47 cm kan worden. Deze speelt een belangrijke rol bij het versterken van sociale banden.
LeefomgevingRode titi’s leven in de tropische laaglandbossen van Zuid-Amerika, met name in Brazilië, Bolivia, Peru, Ecuador en Colombia. De aapjes geven de voorkeur aan jonge bossen met een gevarieerde plantengroei en dichte onder begroeiing.
VoedingTiti’s eten voornamelijk fruit, vooral vijgen van ficusbomen. Daarnaast voeden ze zich met bladeren en bamboescheuten. Insecten maken ook deel uit van hun dieet en tijdens de dracht- en zoogperiode eet het vrouwtje zelfs twee keer zoveel insecten als normaal.
VoortplantingNa een draagtijd van ongeveer 132 dagen wordt één jong geboren. Direct na de geboorte neemt het mannetje de zorg op zich en draagt het jong bijna continu, behalve wanneer het door het vrouwtje wordt gezoogd. Pas na vier maanden begint het jong zelfstandiger te worden. Het blijft tot ongeveer zijn tweede jaar bij de familie om alles te leren wat nodig is om te overleven in de jungle.
GedragRode titi’s leven in hechte familiegroepen met sterke sociale banden. Een gezin bestaat meestal uit een paartje en hun drie jongen van verschillende leeftijden. Wanneer een nieuw jong wordt geboren, verlaat het oudste jong de groep om een eigen territorium te zoeken.
BijzonderhedenRode titi’s besteden een groot deel van hun dag aan fysiek contact. Paartjes zitten vaak dicht tegen elkaar aan met hun staarten verstrengeld. Zelfs wanneer deze aapjes slapen, blijven hun staarten in elkaar gevlochten. Deze sterke band is essentieel voor de opvoeding van hun jongen en het behoud van sociale harmonie binnen de groep.